Onderzoek toont aan: vooral de man staat achter de barbecue

Wednesday August 12, 2026
Tijdens deze zomer vol hitte en temperatuurrecords wordt in de Nederlandse tuinen volop gebarbecued. Daarbij is de taakverdeling opvallend duidelijk: 67% van de mannen zegt meestal degene te zijn die achter de barbecue staat, tegenover slechts 16% van de vrouwen. Vrouwen nemen juist vaker de boodschappen, het snijwerk en marineren voor hun rekening. Dat blijkt uit onderzoek van Keukenloods onder ruim 2.000 Nederlanders.
Zodra de barbecue wordt aangestoken, verschuift de gebruikelijke taakverdeling rond het eten. Waar vrouwen vaker de dagelijkse maaltijd bereiden (73% tegenover 45% van de mannen), nemen mannen bij het barbecueën juist vaker het grillen voor hun rekening. Van de mannen zegt 67% meestal achter de barbecue te staan, tegenover 16% van de vrouwen.
Vooral mannen tussen de 30 en 49 jaar nemen de grill voor hun rekening. Onder mannen van 30 tot en met 39 jaar geldt dit voor 84%, bij veertigers voor 81%. Bij mannen jonger dan 30 ligt dit aandeel met 50% duidelijk lager.
Boodschappen en voorbereiding
Vrouwen zijn juist vaker betrokken bij de voorbereidingen. Zo zegt 63% van de vrouwen zich bezig te houden met bijvoorbeeld boodschappen doen, ingrediënten snijden en vlees marineren. Onder vrouwen van 30 tot en met 39 jaar loopt dit op tot 77%. Een respondent herkent die verdeling thuis: “Mijn man is inderdaad degene die bij ons de barbecue aansteekt, met veel plezier overigens. Ik als vrouw verzorg dan het eten en drinken erbij. Een traditionele rolverdeling wellicht, maar bij ons werkt het op deze manier.”
Barbecueën als ontspanning
Ook in de beleving van barbecueën zijn verschillen zichtbaar. Zes op de tien mannen zien het bereiden van eten op de barbecue eerder als ontspanning dan als huishoudelijke taak. Onder vrouwen ervaart een meerderheid van 61% dit niet zo. Vooral Nederlanders tussen de 30 en 39 jaar associëren barbecueën met ontspanning: 60% geeft aan dit zo te ervaren. Onder zestigplussers ligt dat aandeel met 42% het laagst.
Ook regionaal zijn verschillen zichtbaar. In Flevoland zegt 45% van de inwoners in de zomer minstens twee keer per maand te barbecueën. Daarmee staat de provincie bovenaan, gevolgd door Overijssel (40%) en Noord-Brabant (37%). Friesland sluit de rij met 22%. Over heel Nederland blijft vooral het verschil in taken rond de barbecue opvallend: mannen staan vaker achter de grill, terwijl vrouwen vaker een deel van de voorbereiding op zich nemen.
Zodra de barbecue wordt aangestoken, verschuift de gebruikelijke taakverdeling rond het eten. Waar vrouwen vaker de dagelijkse maaltijd bereiden (73% tegenover 45% van de mannen), nemen mannen bij het barbecueën juist vaker het grillen voor hun rekening. Van de mannen zegt 67% meestal achter de barbecue te staan, tegenover 16% van de vrouwen.
Vooral mannen tussen de 30 en 49 jaar nemen de grill voor hun rekening. Onder mannen van 30 tot en met 39 jaar geldt dit voor 84%, bij veertigers voor 81%. Bij mannen jonger dan 30 ligt dit aandeel met 50% duidelijk lager.
Boodschappen en voorbereiding
Vrouwen zijn juist vaker betrokken bij de voorbereidingen. Zo zegt 63% van de vrouwen zich bezig te houden met bijvoorbeeld boodschappen doen, ingrediënten snijden en vlees marineren. Onder vrouwen van 30 tot en met 39 jaar loopt dit op tot 77%. Een respondent herkent die verdeling thuis: “Mijn man is inderdaad degene die bij ons de barbecue aansteekt, met veel plezier overigens. Ik als vrouw verzorg dan het eten en drinken erbij. Een traditionele rolverdeling wellicht, maar bij ons werkt het op deze manier.”
Barbecueën als ontspanning
Ook in de beleving van barbecueën zijn verschillen zichtbaar. Zes op de tien mannen zien het bereiden van eten op de barbecue eerder als ontspanning dan als huishoudelijke taak. Onder vrouwen ervaart een meerderheid van 61% dit niet zo. Vooral Nederlanders tussen de 30 en 39 jaar associëren barbecueën met ontspanning: 60% geeft aan dit zo te ervaren. Onder zestigplussers ligt dat aandeel met 42% het laagst.
Ook regionaal zijn verschillen zichtbaar. In Flevoland zegt 45% van de inwoners in de zomer minstens twee keer per maand te barbecueën. Daarmee staat de provincie bovenaan, gevolgd door Overijssel (40%) en Noord-Brabant (37%). Friesland sluit de rij met 22%. Over heel Nederland blijft vooral het verschil in taken rond de barbecue opvallend: mannen staan vaker achter de grill, terwijl vrouwen vaker een deel van de voorbereiding op zich nemen.

